Nederland is een zwemland. We hebben bijna allemaal een zwemdiploma. Beheersen schoolslag en weten ons goed te redden in een zwembad, op vakantie en misschien wel een klein stukje in (rustig) openwater. Nederlanders kunnen zwemmen. En jarenlang behoorde ik tot deze groep. Ik kon zwemmen.

En dan heb je de zwemmers. De zwemmers die het beoefenen als sport. Soepel bewegen ze door het water. Relaxt, alsof het geen energie kost. Gestroomlijnd. Rustig. Mooie lange slagen, gecontroleerd. Of juist de sprinter die in een paar krachtige effectieve slagen de overkant in slechts enkele seconde haalt.

Ze hebben eigenlijk weinig overeenkomsten met de mensen ‘die kunnen zwemmen’. Behalve dan dat ze misschien op hetzelfde moment het water delen. Maar wat maakt het uit? We kunnen toch allemaal zwemmen op onze eigen manier?

Pas werd ik gevraagd voor een tv-programma. Waarom toch zoveel ‘zwemmers’ in de problemen komen in openwater?

Je hebt mensen die kunnen zwemmen, en je hebt zwemmers.

Afstand inschatten

Afstand inschatten is lastig. Dat is al lastig voor veel mensen als ze gewoon op straat staan en je vraagt hoe ver een bepaald punt is. Maar stel diezelfde vraag eens als je op de grond gaat liggen. Ineens wordt het moeilijker. Je hebt de behoefte om omhoog te komen. Dan zien we het beter. Het helpt onze oriëntatie. We zijn niet gewend om liggend afstand in te schatten. Je oriëntatie wordt verward. Het is vergelijkbaar met wanneer je zwemt. Je ligt zo laag in het water dat een punt op afstand inschatten ineens een stuk lastiger is. Over de golfslag en stroming nog maar niet te spreken.

Een banenzwemmer in een zwembad zwemt nooit meer dan 25 of 50m totdat je de kant raakt. Al keer je direct, je hebt toch even dat veilige gevoel van de kant aanraken. Je staat er misschien niet eens bij stil in een zwembad. De veiligheid van het vaste land is altijd nabij.

In openwater mis je de kant. En dan ineens komt alles volledig op je zwemvaardigheid aan. En kalmte. Met het Nederlandse donkere water onder je. Een vis die je misschien treft. Je hand die een waterplant ineens raakt. Onverwachtse momenten. De stilte. De elementen. Het water dat je niet kent of doorheen kunt kijken. Er zijn zelfs zeer getrainde wedstrijdzwemmers die zich liever niet wagen aan openwater. Te oncomfortabel.

Open Water zwemmen Galderse Meren1

Snelheid

De snelheid tussen een gemiddelde banenzwemmer of een fanatieke sportzwemmer is zeer divers. Ook tussen sportzwemmers onderling zie je grote verschillen. Iets wat bepaald wordt door techniek. Het is geen krachtsport. Sterker nog, een vrouw heeft een licht voordeel doordat deze van nature wat hoger in het water ligt (is dat vet toch nog ergens goed voor ;) ).

De souplesse en snelheid wordt bepaald door techniek. Een techniek die je niet leert tijdens je A of B-diploma. Een techniek die veel oefening vergt. Een techniek die in openwater, zeker op de lange afstanden, alles bepalend kan zijn.

500m zwemmen lijkt om die reden een makkie. Heel Nederland zag Maarten vd Weijden al zwemmend de volledige Elfstedentocht zwemmen. Wat is nou 500 meter? Lopend draai je daar je hand niet voor om. Maar in het water kan een 500m voor een beginnend zwemmer al snel een kwartier duren. 15 minuten over 500 meter. Wandelend zou je daar nog niet eens de helft van de tijd over doen. Je zou niet eens moe zijn.

Mijn eerste 500 meter aan 1 stuk borstcrawl zwemmen heb ik maanden op getraind. Over de vermoeidheid nog maar niet te spreken. Kapot was ik de eerste keer. Laat staan als je ongeoefend in zee bent. Je denkt dat het maar een klein stukje is. De stroming is tegen en je conditie is niet optimaal. Het gebrek aan techniek vreet energie. Misschien is de watertemperatuur ook nog wel laag en ben je daar ook onvoldoende op getraind of gekleed.

Het toeslaan van de paniek is dan nog maar een kleine stap. En we weten allemaal. In paniek, wordt niemand beter.

Wat dan wel?

Dus alsjeblieft. Zwemmers die van het openwater genieten. Neem je eigen voorzorgsmaatregelen. Ga niet te ver, blijf weg uit de stromingen van de zee als je onvoldoende geoefend bent, neem een zwemboei mee (voor de zichtbaarheid en als boei om op te rusten) en ga nooit, maar dan ook nooit alleen.

En als je zwemmen zo graag doet, werk dan vooral aan je zwemtechniek. Je zult merken, een klein verschil in beweging kan een groot effect hebben. Plus het maakt het zwemmen leuker en makkelijker.

Voor je het weet, ben je ook een zwemmer, in plaats van iemand die kan zwemmen.

Meer lezen over openwater zwemmen? Lees dan ook:

Blijf op hoogte

Niets missen van de zwemblogs? Met zwemtips, reviews en ervaringen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

* verplicht veld



SOCIAL MEDIA